085.06.53.751 info@champagneblog.nl

Bubbels in je glasJe hebt je er al de hele dag op verheugd. Vanavond drinken we champagne.

De fles komt tevoorschijn. Netjes wordt hij ontkurkt met een zachte siss zoals het hoort, geen harde plop dus, en de mooie flutes worden gevuld.

En dan…

Niets. Teleurstelling. Want waar is de mousse?

Hoe kan het dat champagne niet mousseert?

Een champagne die niet mousseert komt maar zelden voor. De druk in de fles is enorm hoog. Toch kan het weleens gebeuren, bijvoorbeeld in de horeca waar gebruik wordt gemaakt van afwasmachines die een dun filmlaagje achterlaten op het glas. Of wanneer je zelf je wijnglas met afwasmiddel hebt schoongemaakt en niet goed afgespoeld. Het beste reinig je je glazen thuis met heet water waarna je ze gelijk afdroogt.

Het beste glas voor champagne is eigenlijk een morsig glas. Zo’n bellensnoertje heeft namelijk een startpunt nodig. Bubbeltjes vinden hun oorsprong in een oneffenheid in het glas.

Tip van een sommelier: Maak met iets scherps, een lange schroevendraaier bijvoorbeeld, een kras onderin het champagneglas. Zo weet je zeker dat je die oneffenheid hebt. Je hoeft dat per glas maar één keer te doen. Maar doe het thuis; niet in de horeca. 😉

In alle jaren dat ik champagne drink (en ik zit ver boven het nationaal gemiddelde) heb ik het slechts twee keer meegemaakt dat een champagne niet mousseerde.

De eerste keer was thuis. Ik schonk champagne in en zag een ‘stil’ glas. Daarop keek ik naar mijn vriend die zichtbaar zat te genieten van een mooi glas champagne dat er vrolijk op los bubbelde.

“Hmmm…. aan de champagne ligt het dus niet”, dacht ik.

Ik pakte een ander glas uit de kast en schonk opnieuw in.

Voila… mousse!

Oorzaak nummer 1 is het glas.

Straks vertel ik je over die tweede keer.

Bubbeltjes zie je niet altijd

Niet voor niets geven veel mensen de voorkeur aan zo’n hoge champagneflute als ze champagne gaan drinken. Het lange smalle glas belooft een mooi feestelijk schouwspel. Want die bubbeltjes… die zien we ook graag.

Toch is het zo dat ze in de wijn kunnen zitten maar dat je ze niet ziet. Als er geen oneffenheid in je glas zit kan zo’n bellensnoer geen begin vinden om op aan te hechten. Je proeft het wel. Je voelt het ook. De beleving is wel anders. Als je dit meemaakt denk dan even aan die schroevendraaier of tandartshaak mocht je die voorhanden hebben.

De tweede keer dat ik een mousserende wijn zonder bubbeltjes trof was op een gezellig terrasje in de stad. Het was geen champagne, maar een Italiaanse mousserende wijn. Maar goed… bubbeltjes dus en daar hebben we het nu over. Op de kaart werd deze wijn aangeprezen als “Van deze wijn kan champagne nog wat leren.”. “Ok”, dacht ik, “kom maar op!”

De ober bracht een glas goudgele wijn zonder bubbeltjes. Ik zag ze niet, hoorde ze niet, maar voelde ze ook niet in mijn mond. “Wat moet champagne van deze prosecco leren?” vroeg ik de ober. “Dit is geen prosecco, mevrouw, het is een Italiaanse mousserende wijn.”, zei hij corrigerend. “Maar hij mousseert niet”. Hij keek naar mijn glas en verklaarde: “Mijn collega moet u het laatste restje uit de fles hebben ingeschonken, excuses.” Even later kwam hij met een bruisend glas terug. En het was best lekker hoor… maar natuurlijk geen champagne. 😉

Oorzaak nummer 2 is dus: De fles staat al te lang geopend en het koolzuur is ontsnapt. Champagne kun je heel goed bewaren, maar niet als je de fles eenmaal hebt geopend. Met een champagnestop kun je er wel voor zorgen dat het koolzuur zoveel mogelijk in de fles blijft, maar dat heeft ook een grens.

Wanneer ligt het dan wel aan de champagne?

Zelden mousseert een champagne niet, maar je kunt hem wel om zeep helpen. Bijvoorbeeld wanneer deze al heel lang geleden is afgebotteld en daarna niet goed is bewaard. Een champagne voelt zich niet lekker op een te warme plaats, een te droge plaats of een plaats met teveel temperatuurschommelingen. Het liefst bewaar je champagne donker, koel en vochtig bij zo’n 10 tot 12 graden Celcius.

Wanneer je je champagne bij een betrouwbare leverancier, liefst een specialist, haalt hoef je je geen zorgen te maken. Zorg wel dat je hem zelf tot het moment dat je er van gaat genieten goed verzorgd.

Laatst werd ik nog gebeld met de vraag of een champagne uit het guldentijdperk nog te drinken was. Dat ligt er maar helemaal aan wat voor champagne het is en hoe deze bewaard is. Het bleek echter te gaan om een eenvoudige brut non-vintage en de fles was rechtop in het keukenkastje bewaard. Waarom bewaren mensen die champagnes toch zo lang?

Hoe smaakt hele oude champagne?

Een leuke anekdote die aangeeft dat je champagne nog heel goed kunt drinken, zelfs na bijna 200 jaar, is het verhaal van de champagnes op de bodem van de Baltische zee. In een scheepswrak werden vier jaar geleden 145 flessen champagne ontdekt, waaronder Veuve Clicquot, Juglar en Heidsieck.

Deze flessen werden geproefd en beoordeeld door Richard Juhlin, de wereldberoemde Zweedse champagne-expert, met een fenomenaal geheugen. Je ziet hieronder een video waarin hij vertelt over de fantastische smaken:

Het gaat hier om echt hele oude champagnes natuurlijk. Zo lang zul jij ze niet bewaren, maar de boodschap van het verhaal is dat de bewaarcondities doorslaggevend zijn. Op de bodem van de zee is het koel, heerst een constante temperatuur en zal de kurk onmogelijk kunnen uitdrogen.

De champagnes waren voor hun leeftijd nog behoorlijk fris; je kunt niet verwachten dat ze nog net zo bubbelden als toen ze net waren gebotteld, maar toch was er een echt plopje hoorbaar bij het verwijderen van de originele kurk toen ze in November 2010 opnieuw gekurkt werden.

Conclusie

Wil je bubbeltjes zorg dan dat je glas een oneffenheidje heeft als start van het bellensnoer. Zorg ook dat je champagne goed gekoeld is en dat je hem vlak voordat je gaat drinken pas opent. En natuurlijk… champagne is gemaakt om te drinken; niet om te bewaren. Dat hebben de boeren al voor je gedaan. Minimaal 15 maanden in de kelders en vaak nog veel langer dan dat. Geniet dus nu het nog kan. Elke dag is er weer één.

Pin It on Pinterest

Share This